Bijdrage Thijs Vos bij behandeling Begroting 2021-2024 - Programma 11: Algemene Middelen

Datum: 5 november 2020 (Werk & Middelen)

Dank voorzitter.

Om met de deur in huis te vallen: de begroting kent wat ons betreft diverse pijnpunten en gebreken. Binnen en buiten de spreekwoordelijke raadzaal is er al veel over gezegd. Een stijgende schuldquote – stijgend van 89% naar maar liefst 190% in 2024, dalende solvabiliteit, pijnlijke lastenverzwaringen en een behoorlijk tekort dat slechts gedekt wordt door de kasschuif en vanaf 2023 met de taakstelling in het sociaal domein. Daar kom ik zo nog op terug.

Daarbij dient wel aangetekend worden dat het college zich in een niet benijdenswaardige positie bevindt. Stijgende kosten, een te lage uitkering uit het gemeentefonds en de kosten die voortvloeien uit de Corona-crisis. Daarop heeft het college beperkt of geen invloed. Overal in den lande kampen gemeentes met financiële problemen.

Het probleem dat voor ons ligt is voor een belangrijk deel ook een inkomstenprobleem. De uitkering uit het gemeentefonds is te laag. Het is belangrijk dat het college met andere gemeentes blijft optrekken voor een hogere uitkering uit het gemeentefonds.

Tot dat gebeurd zullen er ingrijpende keuzes moeten worden gemaakt.

Dat gebeurt echter te weinig in de voorliggende begroting. Er is een bezuinigingsvoorstel van 3,3 miljoen voorgelegd, naast de al eerder voorgenomen bezuinigingen in het sociaal domein. Dat eerste is een mixed bag, daar het enkele goede maar ook slechte voorstellen bevat. Dat laatste vinden wij erg ongepast, zoals we ook al in september bij de kadernota hebben aangegeven.

Maar los van of we deze bezuinigingen inhoudelijk goed of slecht vinden resteert er nog steeds een jaarlijks miljoenentekort, dat nu gedekt wordt door de kasschuif en vanaf 2023 door een niet-ingevulde taakstelling die in 2024 oploopt tot 4,7 miljoen. Die taakstelling is gezien alle bijsturingen en bezuinigingen in het sociaal domein wat ons betreft onrealistisch en zeer onwenselijk. Het college zag om die redenen dan ook zelf af om nú bovenop de kadernota nog meer te bezuinigen in het sociaal domein. Maar dat betekent dus dat het probleem wordt doorgeschoven.

De keuzes van het college vinden wij ook niet juist. Een taakstelling van 4,7 miljoen bovenop alle eerdere ingrepen is veel te hoog. In het voorliggende bezuinigingsvoorstel zijn de bezuinigingen bovendien onevenredig verdeeld over de programma’s. Wij vinden dat gekozen moet worden voor het sociaal domein. Dat betekent ook dat komende jaren het noodzakelijk is dat besparingen in de andere programma’s gevonden moeten worden.

In de commissie LB is door de SP al het voorstel voor een streefpercentage aan de besparingen van 5% in het programma Omgevingskwaliteit. Dat steunen wij, maar wij zouden het eigenlijk breder willen trekken. Om het sociaal domein te ontzien, vinden wij dat de taakstelling in het sociaal domein vervangen moet worden met taakstellingen in de andere programma’s. Daarover horen wij graag hoe de commissie hier naar kijkt.

Verder vinden wij ook de stijging aan kapitaallasten naar 50 miljoen een erg belangrijk punt. Dit legt structureel beslag op een zeer groot deel van de begroting, waarop volgende raden geen invloed meer hebben. Daarmee regeer je over je eigen graf heen. Vanuit dat licht vinden wij dat de De Leidse Ring Noord – gelet op de zeer hoger uitgevallen kosten – eigenlijk heroverwogen zou moeten worden na de verkiezingen.

Gelet op al deze punten, zal het geen verassing zijn dat wij niet kunnen instemmen met de begroting.

Dank voorzitter.

Duo-Raadslid

 

Commissie:

Leefbaarheid & Bereikbaarheid,

Commissie voor de Rekeningen