Indiendatum: 28 april 2020

Door: Maarten Kersten

De Leidse weekmarkten op woensdag en zaterdag, toch beide belangrijke steunpilaren van de Leidse binnenstads-economie, zijn al 4 weken onderhevig aan een voor kooplui en publiek onduidelijk en steeds wisselend beleid van de gemeente. Dat beleid is ingegeven door de vrees voor Coronaonveiligheid en wordt ontsierd door slechte communicatie en een aantal misverstanden en foute vooronderstellingen. Het gevolg is een “oplossing-op-proef”, die woensdag 29 april op de Lammermarkt en (Oude) Beestenmarkt van start gaat met het nu (na de mede hierom mislukte marktplannen voor 22 april) eindelijk toch inpasbaar gemaakte complete bestand van 20 kramen van de woensdagploeg. Indien de proef qua veiligheid slaagt, zou die zaterdag gevolgd kunnen worden door het veel moeilijker inpasbare zaterdag-contingent van 48 kramen. Die zouden dan door middel van loting (!) de komende weken/maanden de schaarse plaatsen voor food-marktkramen moeten verdelen. Daarbij bestaat de kans dat sommige branches of betalende vergunninghouders door pech weinig of wellicht soms helemaal niet ingeloot worden en dus niet of niet voldoende aan bod zullen komen gedurende de komende Coronamaanden.

Daarbij dient aangetekend te worden dat alle non-foodkramen in het geheel alniet betrokken worden in de huidige experimenten, terwijl die op sommige plaatsen elders in het land wel gewoon mee blijven
doen.

De Marktvereniging, de Leidse afdeling van de Ned. Vereniging voor Ambulante Handel, die de marktkooplieden vertegenwoordigt, heeft zich van begin af aan verzet tegen vertrek uit de zone van de winkeliersvereniging Hartje Binnenstad, waar de nationaal en internationaal bekende Leidse markt al jaar en dag staat. Ook de 6 winkeliersverenigingen van de totale binnenstad en het Centrum Management zijn tegen het 100% verplaatsen, al zijn zij het eens met het door de burgemeester gegeven argument dat de smalle Nieuwe Rijn zelf na een eerste proef Corona-onveilig is gebleken. De brede Botermarkt zou daarentegen heel makkelijk veilig te reguleren zijn. En dan in het verlengde daarvan de Aalmarkt, Boommarkt, Apothekersdijk en Stille Rijn enerzijds , en een makkelijk en ruimtelijk royaal in te richten carré rond Garenmarkt, Steenschuur, Korenvaarstraat in het verlengde van het Gangetje anderzijds, behoren tot de alternatieven. Die had Partij Sleutelstad (PS) onderzocht en vergeefs al enkele keren in het toen nog vertrouwelijke Corona-overleg van fractievoorzitters en burgemeester bepleit. Ook nog met inbegrip van de Hooglandse Kerkgracht en Hooglandse Kerkplein, waar dan alleen de kramen kunnen staan die niet met grote vrachtwagens bevoorraad hoeven te worden en die met aggregaten, vaak samen, electriciteit opwekken of helemaal geen electra nodig hebben. De afwezigheid van electra daar en de volgens haar zeggen ontoegankelijkheid voor grote trucks, was reden voor de gemeente om deze locatie af te wijzen. Ook zouden dan de non-foodzaken niet meer buiten de boot hoeven vallen. Tevens bepleitte PS vergeefs een een rouleer- in plaats van een lotingssysteem. Al deze alternatieven worden door de Marktvereniging, het Centrum Management en de verenigde binnenstadswinkeliers (die voor aanloop mede afhankelijk zijn van de markt) als zinvol beschouwd. Vergeefs werd een aantal van deze alternatieven afgelopen week in de moeizame onderhandelingen van de Marktvereniging met de gemeente naar voren geschoven Om vele redenen worden Lammermarkt en Beestenmarkt door de marktkooplieden onwenselijk geacht. Deze twee locaties zijn volgens hen te verafgelegen van de vertrouwde markt en winkelgebieden en worden bovendien van elkaar gescheiden door een gebied (Nieuwe Beestenmarkt e.o.) met coffeeshops, straatdealers en junks, waar de marktkooplieden ellende van vrezen. Bovendien zien zij loting ook niet als rechtvaardig systeem,maar schikten zij zich uiteindelijk vrijdagmiddag j.l. min of meer in het  gemeenteplan voor de proef op woensdag 29 april a.s. en de kans om daarna ook de zaterdagmarkt weer een kans te geven, zij het met 20 van de 48 kramen…

Tenslotte is afgelopen woensdag (terwijl eigenlijk door de gemeente vergunning voor een woensdagmarkt was gegeven) de viskraam van Klaas Harteveld door Handhaving bekeurd toen hij op zijn vaste plek van de maandag, dinsdag en donderdag achter de Kopermolen in de Merenwijk was gaan staan. Hij had ook op de Lammermarkt kunnen gaan staan, maar hij was solidair met 17 van de 20 collega’s na het afgebroken overleg van maandag, waar naar de zin van de Marktvereniging niet over alternatieven kon worden gepraat.

Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stelt het lid Kersten (PS) het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden de volgende vragen:

  1. Klopt het dat de viskraam van Klaas Harteveld woensdag j.l. bekeurd is omdat hij voor die dag op “zijn plekje” bij de Kopermolen toevallig officieel geen vergunning had en dat hij later per burgemeestersbrief met boetes van oplopend 5000, 10000 en 50.000 bedreigd is, ingeval van herhaling van de overtreding?
  2. Was dit nou écht nodig? En dat bij een gerenommeerde markthandel, terwijl handhaving vele onveilige samenscholingen in Leiden niet bekeurt maar daar met een waarschuwing volstaat ?
  3. Is de burgemeester, c.q. de voorzitter van de veiligheidsregio, het met PS eens, dat zulks in de huidige toch al gespannen sfeer de onderlinge betrekkingen nou niet bepaald bevordert en is hij bereid, deze bekeuring in te trekken?
  4. Is hij ook bereid na woensdag de hierboven geschetste en voor diverse alternatieve locaties nog eens welwillend te onderzoeken , daarbij het ook qua veiligheid positieve aspect van grote spreiding door de binnenstad in aanmerking te nemen en dan een gesprek hierover aan te gaan met Marktvereniging en Centrum Management, mede namens de 6 winkeliersverenigingen?
  5. Is hij bereid zo spoedig mogelijk voor de zaterdagmarkt het plan voor een lotingssysteem te vervangen door een rouleersysteem dat aan branches en vergunninghouders evenredig recht doet?

Maarten Kersten
Partij Sleutelstad

Antwoorddatum: 13 mei 2020

Voordat wij de vragen beantwoorden, hebben wij behoefte in algemene zin het volgende op te merken:

Het beleid ten aanzien van de markt is steeds gericht geweest op het waar mogelijk en verantwoord doorgang laten vinden van de activiteiten. Daarom ook is door de voorzitter van de Veiligheidsregio een vrijstelling afgegeven voor de markten, die op zich op grond van de noodverordening verboden waren en zijn. Bij de zaterdagmarkt was, gezien de grote drukte al direct duidelijk dat de markt zoals die normaliter is opgesteld aan weerszijden van de Nieuwe Rijn geen doorgang kon vinden. Wel is na enkele weken aangegeven dat de bereidheid zou bestaan te proberen voor de zaterdagmarkt een alternatief uit te proberen op de LammermarktBeestenmarkt, als zou blijken dat de woensdagmarkt, die kleiner en minder druk is, duurzaam georganiseerd zou kunnen worden op de wijze waarop dat in die tijd gebeurde (alleen food en de kramen verder uit elkaar). De marktcommissie kon zich hierin vinden. Omdat het ondanks aanvullende inspanningen niet lukte te voorkomen dat bij de woensdagmarkt op een aantal locaties onacceptabele drukte ontstond, is het experiment met de zaterdagmarkt in tijd opgeschoven en is er de voorkeur aan gegeven eerst een goede oplossing te vinden voor de woensdagmarkt en wel op de eerder voor de nieuwe zaterdagmarkt gedachte oplossing, op de Lammermarkt en de Beestenmarkt. Daarvoor is voor 22 april een plan gemaakt, waar met enig passen en meten alle foodkramen die op de woensdagmarkt stonden ook een plek konden krijgen.

Desalniettemin heeft de marktcommissie de dag voor de 22e ervoor gekozen daaraan geen medewerking te verlenen. Enkele marktkooplieden hebben zelf besloten dat wel te doen, later ook anderen, maar voor die laatsten was het toen te laat om nog voldoende voorzieningen beschikbaar te stellen. Door deze gang van zaken kon ook het experiment met de zaterdagmarkt dat voor 25 april gepland stond (met als voorwaarde dat het op de woensdag daarvoor goed zou gaan) geen doorgang vinden.

Na een gesprek met de marktcommissie op 24 april is alles de week erna wel doorgegaan en met succes. Daardoor hebben we nu een situatie die gedurende enige tijd kan blijven functioneren en
van waaruit we geleidelijk aan weer meer ruimte kunnen bieden.

1. Klopt het dat de viskraam van Klaas Harteveld woensdag j.l. bekeurd is omdat hij voor die dag op “zijn plekje” bij de Kopermolen toevallig officieel geen vergunning had en dat hij later per burgemeestersbrief met boetes van oplopend 5000, 10000 en 50.000 bedreigd is, ingeval van herhaling van de overtreding?

Antwoord: Over individuele handhavingssituaties doen wij in principe geen uitspraak maar uiteraard wordt er handhavend opgetreden als er willens en wetens in strijd met de regels zonder vergunning een
standplaats wordt ingenomen.

2. Was dit nou écht nodig? En dat bij een gerenommeerde markthandel, terwijl handhaving vele onveilige samenscholingen in Leiden niet bekeurt maar daar met een waarschuwing volstaat?

Antwoord: Optreden tegen het illegaal innemen van een standplaats is noodzakelijk. Wij krijgen regelmatig, zeker in deze tijd, verzoeken om een standplaats te mogen innemen buiten de standplaatsen die vergund zijn. Deze verzoeken worden geweigerd want de locaties van standplaatsen in Leiden zijn vastgelegd. Bovendien ontstaat er een ongelijke behandeling ten opzichte van andere ondernemers die graag een standplaats willen innemen, als we in deze situaties niet zouden optreden. Zeker in deze tijd waarin we alert dienen te zijn op samenkomsten en verspreiding van het Coronavirus, is het tegengaan van het innemen van illegale standplaatsen van belang.

3. Is de burgemeester, c.q. de voorzitter van de veiligheidsregio, het met PS eens, dat zulks in de huidige toch al gespannen sfeer de onderlinge betrekkingen nou niet bepaald bevordert en is hij bereid, deze bekeuring in te trekken?

Antwoord: In algemene zin is noch het college noch de voorzitter van de veiligheidsregio het met u eens, zie verder het antwoord op vraag 1 en 2.

4. Is hij ook bereid na woensdag de hierboven geschetste en voor diverse alternatieve locaties nog eens welwillend te onderzoeken , daarbij het ook qua veiligheid positieve aspect van grote spreiding door de binnenstad in aanmerking te nemen en dan een gesprek hierover aan te gaan met Marktvereniging en Centrum Management, mede namens de 6 winkeliersverenigingen?

Antwoord: Nu, zoals verwacht, de markt op de Lammermarkt en de Beestenmarkt redelijk goed functioneert, wordt er vooralsnog geen reden gezien nog andere oplossingen te onderzoeken.

5. Is hij bereid zo spoedig mogelijk voor de zaterdagmarkt het plan voor een lotingssysteem te vervangen door een rouleersysteem dat aan branches en vergunninghouders evenredig recht doet?

Antwoord: Het lotingsschema voor de food-zaterdagmarkt is feitelijk een rouleerschema. Er is per branche geloot wie welke zaterdag aanwezig kan zijn. Concreet betekent dit dat elke marktkoopman 1x in de 3 weken op de zaterdagmarkt kan staan. Uiteraard zolang de situatie dat noodzakelijk maakt.