Indiendatum: 12 mei 2020

Door: Maarten Kersten, Josine Heijnen (CDA), Antoine Teeuwen (SP), Harbert van der Kaap (PvdD), Pieter Krol (CU) en Maarten de Crom (VVD)

Op de Bloemistenlaan is een woningbouwproject in ontwikkeling. Het initiatief heeft betrekking op de herontwikkeling van de locaties van voormalige bedrijfspanden op Bloemistenlaan 50a en 51. De initiatiefnemer, eigenaar van beide locaties, wil hier 33 nieuwbouwwoningen realiseren. Aan de participatie bij bouwprojecten worden door het college hoge eisen gesteld. In dit geval zijn directe omwonenden blij met de ontwikkeling, maar hebben naar eigen zeggen geen relevante inspraak kunnen leveren, en zagen zich na ‘op een muur gestuit te zijn binnen de gemeente’ genoodzaakt raadsleden te benaderen. Dit is een ontwikkeling die zich bij elk bouwproject lijkt te herhalen.

Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stellen de leden Heijnen (CDA), Teeuwen (SP), Van der Kaap (PvdD), Kersten (PS), Krol (CU) en De Crom (VVD) het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden de volgende vragen:

1. Omwonenden en betrokkenen van bouwprojecten geven vaak aan dat het niet duidelijk was waarover geparticipeerd kon worden bij aanvang van het traject. Herkent het college deze geluiden?

Wordt er bij aanvang van een participatietraject een overzicht gemaakt welke delen van het plan al vaststaan en welke niet – of met andere woorden, waarover geparticipeerd kan worden? Wordt dit ook gedeeld met de participanten?

In de beantwoording (22 april jongstleden) van technische vragen van de leden Van Spronsen, Heijnen, Otten, De Crom, Rovers, Van der Kaap en Kersten over de casus aan de Bloemistenlaan komen een aantal punten rondom die participatie naar voren waarin het beeld van de gemeente en het beeld van de bewoners niet met elkaar overeenkomt. Ook dit is een beeld wat bij het horen van insprekers bij bouwprojecten vaak naar voren komt.

2. In de casus van de Bloemistenlaan spreekt het college over “een zorgvuldig planproces en een goed doorlopen participatie”. Kan het college nader toelichten op basis waarvan bepaald wordt of een participatieproces goed doorlopen is? Wat zijn zogezegd de kenmerken van ‘een goed doorlopen participatie’?

Insprekers bij bouwprojecten melden raadsleden vaak dat meermaals aan een projectleider van de gemeente te kennen is gegeven dat men niet tevreden is met de participatie. Soms zijn grieven ook bij wethouder Spijker in een persoonlijk gesprek toegelicht. Kennelijk heeft de beleving van de participanten uit de buurt geringe waarde in het oordeel van het college over of de participatie goed verlopen is. De buurt is vaak immers zeker niet tevreden, blijkt ook uit ingezonden brieven in kranten en overige communicatie met raadsleden.

3. Welke waarde hecht het college, in de beoordeling van hoe een participatietraject verloopt, aan de ervaring bij de participerende buurtbewoners? Beschrijf hierin graag de volgende drie mogelijke aspecten van een participatietraject:

  • de tevredenheid met het participatietraject van bewoners; zoals bijvoorbeeld in de casus Bloemistenlaan toegelicht in een inspraakreactie, in een gesprek met de wethouder, in een gesprek met raadsleden;
  • de inhoudelijke punten van buurtbewoners die naar aanleiding van het traject daadwerkelijk aangepast zijn in de plannen;
  • de algemene tevredenheid van de bewoners met een plan zoals dat voorligt.

Bij de beantwoording van deze vraag kan ook ingegaan worden op de casus van de Bloemistenlaan.

In de casus van de Bloemistenlaan hebben de buurtbewoners een WOB-verzoek ingediend omdat zij geen volledige inzage hebben gekregen in gevraagde documenten. Bijvoorbeeld de achterliggende (verkeers)onderzoeken die ten grondslag liggen aan de huidige ingang van de parkeergarage, die in de eerdere technische vragen genoemd worden. Verschillende malen hebben de bewoners hierom gevraagd, maar pas toen een WOB-verzoek gedaan werd, is een deel van de documenten gedeeld. Vervolgens is een bezwaar op het WOB-verzoek ingediend omdat volgens de buurt nog informatie niet gedeeld is.

4. Vragenstellers constateren dat het haast een ‘gewoonte’ wordt dat buurtbewoners in een participatietraject WOB-verzoeken gebruiken om documenten overlegd te krijgen. Wat vindt
het college hiervan? Waarom worden deze documenten in eerste instantie niet overhandigd?

Bij de beantwoording van deze vraag kan specifiek ingegaan worden op de casus van de Bloemistenlaan.

5. Is het college het met ons eens dat dit een zeer onwenselijke manier van werken is, zowel gezien de kosten als de moeite als het wantrouwen dat deze procedure met zich meebrengt?

In verschillende bouwprojecten zien we dat buurtbewoners in de participatietrajecten voelen niet tot hun recht te komen, dan raadsleden benaderen die zich hiermee gaan bemoeien, waarna het onderwerp toch nog op de een of andere manier op de agenda van de commissie belandt, terwijl niet nodig zou moeten zijn.

Vragenstellers achten het onwenselijk dat in participatietrajecten in algemene zin bewoners alsnog via raadsleden hun wensen en bedenkingen agenderen, alleen omdat in het participatietraject hier geen
ruimte voor is. De punten die, ook in het geval van de Bloemistenlaan, gemaakt worden, vinden wij echter niet ‘overdreven’.

6. Wat vindt het college van deze gang van zaken? Dat bewoners ontevreden zijn over de participatie, en alsnog via raadsleden hun punten proberen te agenderen?

Antwoorddatum: 30 juni 2020

Voorafgaand aan de beantwoording van uw vragen, wil het college eerst kort zijn algemene visie op participatie geven:

Als college staan we voor het algemeen belang, het belang van onze stad en de toekomst van Leiden. Bij onze participatietrajecten geven we kaders mee waar binnen geparticipeerd kan worden. Het college ziet dat er veel tijd en energie in participatie wordt gestoken.

Voor participatietrajecten volgen we de Participatieverordening (RV 19.0037). Bij (bouw)initiatieven van derden in afwijking van het bestemmingsplan geldt de werkwijzer particuliere (bouw)initiatieven. U heeft als raad ook een rol en verantwoordelijkheid in dit geheel; u maakt ook onderdeel uit van het participatieproces. En vervolgens is het uiteindelijk aan u om in het licht van het algemeen belang, een afweging te maken.

Veel participatietrajecten verlopen op een constructieve manier. Vaak gaat de samenwerking met de stad, de participatie, naar tevredenheid en ontstaan er plannen die op draagvlak kunnen rekenen. Dat is niet bij alle trajecten het geval. Juist bij ontwikkelingen in de directe leefomgeving kan een plan – ongeacht hoe zorgvuldig of uitgebreid een participatietraject ook is verlopen en ongeacht hoe duidelijk de kaders waarbinnen geparticipeerd kan worden vooraf zijn gesteld – toch tot zorgen en ontevredenheid leiden.

Participatie is geen synoniem voor iedereen tevreden stellen. Als aan een (persoonlijk) belang niet tegemoet wordt gekomen, betekent dit niet automatisch dat er geen goede participatie heeft plaatsgevonden. In een stad waar binnenstedelijk wordt gebouwd, zal je meestal te maken krijgen met afwegingen en moeten knopen worden doorgehakt. Het is aan ons als bestuur – college en raad – om een goede afweging te maken tussen persoonlijk en algemeen belang.

Participatie is een belangrijk onderwerp, waarover we als college en raad samen in gesprek moeten blijven, zeker ook met de invoering van de Omgevingswet in het vooruitzicht. Vorig jaar hebben we twee keer een constructieve sessie gehad over participatie en onze rollen daarbij. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan het overzicht van acties die hieruit voort komen. Dit overzicht nog voor het reces in het presidium en college besproken. We stellen voor vervolgens met (een vertegenwoordiging van) u te bekijken hoe we de acties verder kunnen oppakken en uitwerken.

Uw vragen gaan zowel over het project Bloemistenlaan als over participatie bij bouwprojecten in het algemeen. De vragen over de Bloemistenlaan zijn reeds beantwoord in reactie op de reeks technische vragen. Bij deze beantwoording beperken we ons daarom tot de participatie bij bouwprojecten in algemeenheid. Belangrijk om nog te melden is dat het traject Bloemistenlaan een locatie betreft waarbij in het bestemmingsplan staat opgenomen dat er een wijzigingsbevoegdheid van toepassing is.

Hierdoor is fase 1 van de eerder genoemde werkwijzer niet van toepassing. In onze stad hebben we niet veel van dergelijke locaties.

Omwonenden en betrokkenen van bouwprojecten geven vaak aan dat het niet duidelijk was waarover geparticipeerd kon worden bij aanvang van het traject.

1. Herkent het college deze geluiden?

Ja, deze geluiden bereiken ons ook – al is het zeker niet bij elk project het geval. Het benadrukt hoe belangrijk een participatieplan is en hoe belangrijk het is daar goed over te
informeren.

Wordt er bij aanvang van een participatietraject een overzicht gemaakt welke delen van het plan al vaststaan en welke niet – of met andere woorden, waarover geparticipeerd kan worden? Wordt dit ook gedeeld met de participanten?

In de beantwoording (22 april jongstleden) van technische vragen van de leden Van Spronsen, Heijnen, Otten, De Crom, Rovers, Van der Kaap en Kersten over de casus aan de Bloemistenlaan komen een aantal punten rondom die participatie naar voren waarin het beeld van de gemeente en het beeld van de bewoners niet met elkaar overeenkomt. Ook dit is een beeld wat bij het horen van insprekers bij bouwprojecten vaak naar voren komt.

2. In de casus van de Bloemistenlaan spreekt het college over “een zorgvuldig planproces en een goed doorlopen participatie”. Kan het college nader toelichten op basis waarvan bepaald wordt of een participatieproces goed doorlopen is? Wat zijn zogezegd de kenmerken van ‘een goed doorlopen participatie’?

Het college hecht aan een goede belangenafweging en onderbouwing; aan een inclusief traject waarbij iedereen die dat wil zijn bijdrage heeft kunnen leveren en kunnen aangeven
wat hij of zij van een plan of een ontwikkeling vindt. Belangrijk hierbij blijft het algemeen belang: er wordt uiteindelijk altijd een afweging gemaakt. Participatie leidt niet altijd tot
100% tevredenheid over de inhoud.

Bij gemeentelijke participatietrajecten wordt vooraf een participatieplan geschreven en achteraf getoetst of de doelstellingen zijn gehaald en de stappen van het plan zijn
doorlopen.

Het participatieplan wordt vooraf gedeeld, bijvoorbeeld via de website. In het participatieverslag staat aangegeven hoe het participatieproces is verlopen.

Kenmerken van een goed doorlopen proces zijn onder meer:

  • Evenwichtige belangenafweging met het algemeen belang in het zicht
  • Inclusief traject waarbij alle belangen inzichtelijk zijn gemaakt
  • Gestructureerd en overzichtelijk proces waarin ruimte is voor invloed
  • Heldere terugkoppeling over de gemaakte keuzes

Zoals ook in de inleiding genoemd gaan we graag in vervolg op de sessies van vorig jaar met u in gesprek over uw rol bij participatietrajecten en hoe u uw controlerende rol pakt.

Ook horen we graag van u hoe u tijdens een participatieproces op de hoogte gehouden wil worden.

Insprekers bij bouwprojecten melden raadsleden vaak dat meermaals aan een projectleider van de gemeente te kennen is gegeven dat men niet tevreden is met de participatie. Soms zijn grieven ook bij wethouder Spijker in een persoonlijk gesprek toegelicht. Kennelijk heeft de beleving van de participanten uit de buurt geringe waarde in het oordeel van het college over of de participatie goed verlopen is. De buurt is vaak immers zeker niet tevreden, blijkt ook uit ingezonden brieven in kranten en overige communicatie met raadsleden.

3. Welke waarde hecht het college, in de beoordeling van hoe een participatietraject verloopt, aan de ervaring bij de participerende buurtbewoners? Beschrijf hierin graag de
volgende drie mogelijke aspecten van een participatietraject:

  • de tevredenheid met het participatietraject van bewoners; zoals bijvoorbeeld in de casus Bloemistenlaan toegelicht in een inspraakreactie, in een gesprek met de wethouder, in een gesprek met raadsleden;
  • de inhoudelijke punten van buurtbewoners die naar aanleiding van het traject daadwerkelijk aangepast zijn in de plannen;
  • de algemene tevredenheid van de bewoners met een plan zoals dat voorligt.

Bij de beantwoording van deze vraag kan ook ingegaan worden op de casus van de Bloemistenlaan.

Bij een participatietraject zijn het inderdaad de algemene tevredenheid over het proces (‘hoe verliep de participatie’) en de uitkomst van het traject die bepalen hoe men de
participatie beoordeelt. In het participatieverslag wordt inzichtelijk gemaakt wat er met de inbreng van participanten is gedaan, en hoe de tevredenheid over het plan en over het
doorlopen participatietraject is.

Wij merken dat als de inhoud van een plan niet wordt onderschreven door een participant, dit zijn weerslag heeft op de mate van tevredenheid over het participatieproces. De onvrede op inhoud, kleurt zo de tevredenheid over het proces in negatieve zin. Dat is een onterechte verkleuring, die het doorlopen proces dan niet de ‘credits’ geeft die het verdient.

Het college is van mening dat we in Leiden goed bezig zijn met participatie. en legt daar ook verantwoording over af aan de participanten en aan u, de gemeenteraad. Het is aan u  te controleren of het traject op een goede wijze is verlopen en de belangenafweging en de mate draagvlak goed in beeld is gebracht.

In de casus van de Bloemistenlaan hebben de buurtbewoners een WOB-verzoek ingediend omdat zij geen volledige inzage hebben gekregen in gevraagde documenten. Bijvoorbeeld de achterliggende (verkeers)onderzoeken die ten grondslag liggen aan de huidige ingang van de parkeergarage, die in de eerdere technische vragen genoemd worden. Verschillende malen hebben de bewoners hierom gevraagd, maar pas toen een WOB-verzoek gedaan werd, is een deel van de documenten gedeeld. Vervolgens is een bezwaar op het WOB-verzoek ingediend omdat volgens de buurt nog informatie niet gedeeld is.

4. Vragenstellers constateren dat het haast een ‘gewoonte’ wordt dat buurtbewoners in een participatietraject WOB-verzoeken gebruiken om documenten overlegd te krijgen. Wat vindt het college hiervan? Waarom worden deze documenten in eerste instantie niet overhandigd? Bij de beantwoording van deze vraag kan specifiek ingegaan worden op de casus van de Bloemistenlaan.

Wij herkennen dit, al geldt het zeker niet voor alle projecten. In veel gevallen is een WOB verzoek niet nodig – we delen informatie die beschikbaar is en belanghebbenden kunnen altijd een verzoek doen als zij informatie missen of aanvullende informatie willen ontvangen. In sommige gevallen is informatie nog niet beschikbaar: bijvoorbeeld als onderzoeken worden gevraagd die nog niet afgerond zijn en daarom nog niet gedeeld kunnen worden of documenten die (nog) vertrouwelijk zijn, bijvoorbeeld in verband met financiële aspecten.

5. Is het college het met ons eens dat dit een zeer onwenselijke manier van werken is, zowel gezien de kosten als de moeite als het wantrouwen dat deze procedure met zich meebrengt?

Ja.

In verschillende bouwprojecten zien we dat buurtbewoners in de participatietrajecten voelen niet tot hun recht te komen, dan raadsleden benaderen die zich hiermee gaan bemoeien, waarna het onderwerp toch nog op de een of andere manier op de agenda van de commissie belandt, terwijl niet nodig zou moeten zijn.

Vragenstellers achten het onwenselijk dat in participatietrajecten in algemene zin bewoners alsnog via raadsleden hun wensen en bedenkingen agenderen, alleen omdat in het participatietraject hier geen ruimte voor is. De punten die, ook in het geval van de Bloemistenlaan, gemaakt worden, vinden wij echter niet ‘overdreven’.

6. Wat vindt het college van deze gang van zaken? Dat bewoners ontevreden zijn over de participatie, en alsnog via raadsleden hun punten proberen te agenderen?

Belanghebbenden hebben altijd de mogelijkheid om bij de gemeenteraad hun ervaringen met het participatietraject te delen. Het is aan u, aan de raad, om belangen af te wegen en het college te controleren. Het is ook aan u om eventuele zorgen en ontevredenheid goed te wegen en te beoordelen hoe zich dit verhoudt tot participatieplan, participatieverslag en natuurlijk het algemeen belang.

Zoals ook bij het antwoord op vraag 2 genoemd, gaan we graag met u het gesprek aan over wat u nodig heeft om uw rol te pakken om uw controlerende taak bij participatieprojecten uit te oefenen.